kokende vrouwen

Non-formeel onderwijs voor werkende meisjes

ProjectnaamNon-formeel onderwijs voor werkende meisjes
RegioAzië
LandBangladesh
ThemaBANGLADESH, sloppenwijken
Convenant partnerKerk in Actie
Aanvragende organisatieKerk in Actie
Uitvoerende organisatieCommunity Participation and Development (CPD)

Meisjes van 10 tot 18 jaar
Bangladesh is ruim vier keer zo groot als Nederland en heeft 147 miljoen inwoners. De helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De hoofdstad Dhaka is de grootste stad van het land en een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Het aantal bewoners van de sloppenwijken in Dhaka is in tien jaar verdubbeld van 1,5 miljoen in 1996 tot 3,4 miljoen in 2006. De kinderen die in deze overbevolkte slums wonen, proberen wat geld te verdienen door het besturen van fietstaxi’s, te werken als straatventer of het doen van huishoudelijk werk voor rijke families. Vooral de positie van vrouwen en meisjes is slecht in Bangladesh. CPD heeft d.m.v. onderzoek vastgesteld dat slechts 15 van de 600 meisjes in de leeftijd van 10 tot 18 naar school gaan; de meisjes werken in de baksteenindustrie, als huishoudelijke hulp en in de prostitutie of zitten thuis na ontslag uit de textielindustrie (gevolg van controle op leeftijd) of leven op straat.

Activiteiten van CPD
Elk jaar nemen 100 meisjes in de leeftijd van 10 tot 18 deel aan non-formeel onderwijs en vaktrainingen. Een groot deel van de meisjes bestaat uit huishoudelijke hulpen die op straat gezet zijn door hun werkgevers. Anderen zijn wezen, seksueel misbruikte meisjes en thuiszittende meisjes (veelal ook misbruikt). Ook de ouders worden erbij betrokken: tijdens maandelijkse bijeenkomsten worden zij bewust gemaakt van het belang van onderwijs en vaktraining van hun kinderen; de vorderingen van hun kinderen worden besproken.

Non-formeel onderwijs
De eerste 6 maanden volgen de meisjes non-formeel onderwijs basisvaardigheden als lezen en schrijven. Ze leren over de rechten van kinderen. Er wordt gewerkt aan sociale bewustwording. Lessen over basisgezondheidszorg en voortplanting komen aan de orde. Degenen die willen instromen in het formeel onderwijs krijgen extra begeleiding gedurende de volgende 6 maanden. Meisjes die twaalf jaar of ouder zijn, kunnen (na een beoordeling) trainingen krijgen in borduren, kaarsen maken, naaien, ‘block printing’ etc. Het project maakt namens de meisjes contacten met de markt. De meisjes vormen groepjes van tien. Ze kiezen een leider en een penningmeester. Als groep komen ze elke week bij elkaar en bepalen ze wie een lening kan krijgen. De groepsleider is medeverantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de lening elke week wordt terugbetaald en dat het geld goed wordt uitgegeven. Het project krijgt 12 procent ‘rente’. Op deze manier maakt het project wat winst. Het ontwikkelproject voor vrouwen (WDP) is zo zelfredzaam geworden en heeft twee medewerkers die uit de winst worden betaald. Het project heeft ook vier mensen in dienst om tapijten te weven die verkocht worden om geld voor het project te genereren.
Het meest succesvolle deel van het project is de Dishariclub. Die is gestart omdat voormalige en huidige ingeschreven kinderen de hele dag in het centrum wilden blijven. De club wordt gevormd en geleid door kinderen. Ze hebben hun eigen verkiezingen, maken hun eigen werkplan, etc. Er wordt een leraar gekoppeld aan de club (muziek en zang). Er komen per dag 10 tot 50 kinderen. Ze doen straattheater waaraan het publiek mee mag doen, geven trainingen aan andere kinderen (o.a. over kinderrechten en mensenhandel) en treden op voor de mensen uit de gemeenschap en ouders. Het CPD heeft ook met succes bij de overheid gelobbyd voor flexibele schooltijden voor de oudere werkende meisjes die hun vaardigheidstraining hebben afgerond.

Bijdrage
Van de EO Metterdaad actie van augustus 2007 is € 22.676 bestemd voor dit project.

Terug naar overzicht