kokende vrouwen

Kerken in ontwikkelingswerk

Dinsdag 15 maart 2011

 

Het motto van de VisionAfrica conferentie is: ''De kerk legt zich toe op de integrale ontwikkeling van Afrika". Een kernboodschap in het programma is dat Afrika uit haar afhankelijkheid moet opstaan en het heft van haar ontwikkeling zelf in handen moet nemen. De ' integrale missie' van de kerk staat daarbij centraal. De focus ligt daarbij op de plaatselijke gemeente. Maar wordt de plaatselijke gemeente zo niet overvraagd? Bij bovenstaande stelling en deze vraag plaats ik een paar kanttekeningen.

a) Een groot deel van de groei van het Christendom in Afrika van de afgelopen paar decennia komt door groei van onafhankelijke, vooral pinkster- of charismatische gemeenten. Daarin heerst nog altijd een vrij sterk dualisme: de kerk gaat over het eeuwig heil en een persoonlijke ethiek, het 'gewone' leven gaat zijn eigen gang. Tegen deze achtergrond is de visie dat het evangelie van betekenis is voor het hele leven en dat de kerk dat ook moet tonen, een goede stap.

b) In de onmiddellijk omgeving van meeste gemeente is vaak veel acute nood. Vaak gaan de gemeenten daaraan voorbij: men is er voor de leden die vanuit een groter gebied komen. Bewustwording van wat men concreet kan doen voor de hulpbehoevende naaste dichtbij geeft een krachtig getuigenis van Gods bemoeienis met mensen die lijden onder armoede en onrecht (Ps. 146).

c) Onder 'de kerk' wordt door sommigen de plaatselijke gemeente bedoeld, terwijl voor anderen 'kerk' ook verwijst naar alle christenen en christelijke organisaties.

Een verder bezinning op de rol van de kerk en de relatie tussen kerk als organisatie en christelijke organisaties, ondermeer de NGO's, lijkt me geen overbodige luxe.

Ik maak nog een paar opmerkingen over deze thematiek als aanzet voor die bezinning.

Wanneer (plaatselijke) kerken gaan optreden als ontwikkelingsorganisaties en door donoren zo benaderd worden, dan is dat niet zonder gevaren. De voorganger die veelal een zeer centrale plaats en een groot gezag heeft, wordt gemakkelijk een manager die zich met tal van management kwesties gaat bezighouden. De primaire taak van de kerk, het hoorbaar en tastbaar maken van het Evangelie, komt gemakkelijk in het gedrang. Bovendien wordt de kerk gemakkelijk een partij in allerlei machtsverhoudingen tussen instituties waardoor ze zich vervreemdt van bepaalde groeperingen in de samenleving, terwijl haar boodschap voor iedereen bedoeld is. Verzet tegen de kerk zou alleen gebaseerd mogen zijn op verzet tegen haar boodschap.

Anderzijds, als ontwikkelingsactiviteiten geheel door (christelijke) NGO's worden uitgevoerd, buiten de kerken om, dan is het risico aanwezig dat de NGO's los komen te staan van hun achterban/ doelgroep en vooral het eigen institutionele belang en dat van hun donoren in het oog houden. Die belangen hoeven niet strijdig te zijn, maar dat kan wel.

Structureel ontwikkelingswerk vanuit christelijk perspectief lijkt in het algemeen dan ook beter door christelijke organisaties uitgevoerd te kunnen worden dan direct door kerken. Wel kunnen kerken, ofwel zelf christelijke organisaties oprichten dan wel een bepaalde zeggenschap en betrokkenheid hebben bij christelijke organisaties. Ook al om te voorkomen dat die geheel gaan loszingen van hun basis in de samenleving. Dat alles neemt niet weg dat kerken in hun diaconale werk zowel binnen eigen kring als in eigen omgeving hulp kunnen bieden die concreet mensen helpt maar wel degelijk ook een belangrijke bijdrage kan geven aan een positieve ontwikkeling van gemeenschappen.

Van belang lijken dus een goede taakverdeling en tegelijkertijd een goede onderlinge afstemming en samenwerking. In veel 'zuidelijke' landen is men minder geneigd tot het maken van dergelijke onderscheidingen en afbakening. Maar in een volwassen samenwerkingsrelatie kunnen we van elkaar leren.


Begin februari nam de algemeen directeur van Prisma, Henk Jochemsen deel aan een internationale conferentie, VisionAfrica, in Burkina Faso, over de plaats en rol van kerken in de ontwikkeling van Afrika. Deze column is geschreven op basis van wat hij dar meemaakte. Dit is een bewerking van de tekst  die verscheen in het Reformatorich Dagblad van 5 februari 2011.