kokende vrouwen

Motieven en draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking

Donderdag 21 april 2011

 

Houten, 19 april 2011

Gisteren vond in de Tweede Kamer een hoorzitting plaats over het rapport 'Minder pretentie,meer ambitie' van de Wetenschappelijke raad voor het regeringbeleid (WRR) over ontwikkelingssamenwerking, dat vorig jaar januari verscheen. Binnenkort is er ook een Algemeen overleg over evenals over de regeringsbrief over keuzes van landen voor ontwikkelingssamenwerking. De timing is interessant: een week nadat in de Eerste Kamer enkele moties zijn aangenomen die blijk geven van kritiek op het regeringsbeleid op dit terrein. Vooral heeft de Eerste kamer erop gewezen dat de regering het kanaal van de maatschappelijke organisaties onevenredig heeft gekort in tegenstelling tot de internationale VN-organisaties.Deze kritiek is van belang met het oog op een andere kwestie in dit debat die te weinig aandacht heeft gehad. Dat is de vraag naar de motieven voor ontwikkelingssamenwerking. Het genoemde WRR rapport bespreekt twee typen van motieven: het morele motief van 'goeddoen'en het motief van het, al dan niet verlichte, eigenbelang. Dit laatste houdt in dat we helpen omdat het vroeg of laat ook in ons eigen belang is. De juistheid van deze stelling is op zich alleszins verdedigbaar. Maar moet dat ook de primaire motivatie zijn? Deze regering stelt het motief van het eigenbelang van Nederland duidelijk op de voorgrond. Het Nederlandse bedrijfsleven moet ingeschakeld worden bij ontwikkelingssamenwerking; dan helpen we armere landen en worden er tegelijkertijd zelf beter van. Zo zou men kort de hoofdlijn van de visie van dit kabinet kunnen samenvatten. Nu ga ook ik ervan uit dat het bedrijfsleven zinvol en verantwoord bij ontwikkelingssamenwerking betrokken kan worden. Maar waar het mij nu om gaat is de motivering die vooral wijst op het eigenbelang. Recent onderzoek in het Verenigd Koninkrijk geeft aan dat het motiveren van armoedebestrijding door te wijzen op ons eigen belang, op termijn de bereidheid om te delen zal ondermijnen. Een dergelijke motivering zal het nastreven van het eigenbelang bevorderen en de onverschilligheid met de schrijnende armoede in deze wereld, veraf en dichtbij, versterken. Met andere woorden, de door deze regering gebruikte motivering voor het reeds sterk verlaagde budget voor ontwikkelingssamenwerking, ondermijnt het maatschappelijke draagvlak voor alle regeringssteun op dit gebied. Het draagvlak voor ontwikkelingsamenwerking, dat van groot belang is om een beleid te kunnen voeren dat op termijn rechtvaardig en duurzaam is, wordt nu juist versterkt door het maatschappelijk middenveld, waarop zo onevenredig is gekort. Het zou dan ook goed zijn als de Tweede Kamer zou terugkomen op de motie Kuiper van de Eerste Kamer die een deel van de kortingen op maatschappelijke organisaties wil terugdraaien, maar die door de Staatssecretaris naast zich neergelegd is.

 

Henk Jochemsen

Algemeen directeur Prisma