Dinsdag 20 september 2011
Op dinsdag 13 september jl. is het rapport 'Resultaten in
ontwikkeling, 2009-2010' gepresenteerd. Daarin wordt verslag gedaan
van wat er in die jaren met het overheidsgeld voor
ontwikkelingssamenwerking is bereikt. Het rapport is het resultaat
van samenwerking tussen overheid, maatschappelijke organisaties en
bedrijfsleven. Tevens werd een website voor een open database
gelanceerd waarop resultaten van ontwikkelingssamenwerking
gepubliceerd worden. Transparantie om het draagvlak voor OS te
verhogen.
Het rapport over resultaten laat zien dat er op allerlei
terreinen voortgang is geboekt: er is economische groei
geweest en de infrastructuur in vele landen is verbeterd. Meer
kinderen gaan naar school, de kindersterfte en moedersterfte zijn
in veel landen lager geworden, en zo meer. Op andere punten is er
ook stagnatie, bijvoorbeeld m.b.t. het aantal mensen met honger,
situatie m.b.t. gelijke rechten voor mannen en vrouwen, situatie
m.b.t. goed bestuur en burgerrechten en -vrijheden is in een heel
aantal landen eerder verslechterd dan verbeterd.
Opvallend is dat juist in enkele sociale sectoren waarop met
name maatschappelijke organisaties werken (gezondheidszorg en
onderwijs) vorderingen zijn gemaakt. Terwijl op gebieden waarop
Nederland via bilaterale hulp werkt (goed bestuur e.d.) naast
vorderingen ook teruggang gezien wordt.
Op dezelfde dag dat 'Resultaten in ontwikkeling' werd
gepresenteerd had de Volkskrant op de voorpagina een artikel onder
de kop: 'Ontwikkelingshulp werkt wel'. Op basis van een
onderzoeksrapport van de Britse organisatie ActionAid werd daarin
gesteld: "Ontwikkelingslanden worden steeds minder
afhankelijk van ontwikkelingshulp. In 2000 steunden de armste
landen nog voor 60 procent van de overheidsuitgaven op geld van
donoren. In 2009 was dat teruggebracht tot 38 procent".
Een positieve ontwikkeling. Bij al deze cijfers
is natuurlijk de vraag waardoor de gesignaleerde trend en
ontwikkelingen veroorzaakt worden. Welke rol speelt
ontwikkelingshulp daarin? Dit is, in het jargon, het
attributieprobleem: waaraan moeten veranderingen toegeschreven
worden. Om hier antwoorden op te kunnen geven is evaluatie van de
hulp en van andere maatregelen (fiscale maatregelen die
investeringen van bedrijfsleven bevorderen etc.) noodzakelijk. Het
is dan ook een goede zaak dat ook dezer dagen er overeenstemming
werd bereikt tussen de coalities die geld ontvangen uit de MFS 2
subsidie over een proces van evaluatie van de besteding van die
gelden. Er ging veel overleg aan vooraf. Evalueren en de daarmee
gepaard gaande 'metingen' omtrent de effecten van de
ontwikkelingssamenwerking die met FMS 2 door maatschappelijke
organisaties wordt, is niet maar een interessante tijdsbesteding
voor onderzoekers - dat ook - maar kan natuurlijk ook consequenties
hebben voor die maatschappelijke organisaties. Zo lang het om reële
metingen via voor de situatie adequate methoden gaat, moeten de
organisaties open staan voor de resultaten ook als die zouden
inhouden dat het werk niet zo effectief is als men graag voor waar
hield. Bereidheid tot verantwoorden van wat met publieke middelen
is gedaan en bereikt is niet meer dan een onderdeel van goed
bestuur. [1]
Een belangrijke vraag is wel wat men met de onderzoeken wil. Zijn
ze primair gericht op 'afrekenen' met organisaties die
tegenvallende resultaten boeken? Dan is huiver bij de organisaties
wel begrijpelijk. Of zijn ze vooral gericht op leren en verbeteren
- waarbij de betreffende organisatie dan wel in staat moet zijn om
lessen ook ter harte te nemen.
Uit dat rapport van ActionAid komt nog een interessante
bevinding naar voren. Dat is dat hulp het best werkt als het is
gericht op armoedebestrijding, en als het ontvangende land zelf kan
bepalen wat er met het geld gebeurt. Gebonden hulp - waarbij de
donor bepaalt wat ermee gebeurt - en schuldreductie werken veel
minder goed. Deze constatering wint aan gewicht als we deze
combineren met een resultaat van een onderzoek door het Europees
Netwerk over Schuld en Ontwikkeling (Eurodad) dat gemeld wordt in
ViceVersa. [2]
Daaruit komt naar voren dat `Tweederde van de 92 miljard euro die
de rijke landen in 2009 aan ontwikkelingshulp hebben uitgegeven,
ging naar bedrijven uit die rijke landen`. Hier is duidelijk sprake
van ´gebonden hulp´ en dan niet alleen in de zin dat de donor
bepaalt wat er mee gebeurt maar, sterker nog, dat het gedoneerde
geld besteed moet worden in de vorm van opdrachten aan het
bedrijfsleven van het donorland. Genoemd Eurodad onderzoek stelt
vast dat het gebonden karakter van de hulp een van de redenen is
waarom ontwikkelingshulp slechte resultaten oplevert. Het stellen
van dergelijk voorwaarden aan hulp is ook tegen de afspraken die de
donorlanden al tien jaar geleden maakten. Nederlandse regeringen
hebben dat altijd afgewezen, maar het zou niet verkeerd zijn in
onderzoek bevestigd te zien dat hulp niet bij voorbaat aan de eis
van besteding via het Nederlandse bedrijfsleven wordt gebonden. En
dat dat ook niet het beleid zal zijn van dit kabinet dat zo
nadrukkelijk het bedrijfsleven bij ontwikkelingssamenwerking wil
betrekken en in de internationale diplomatie het Nederlandse
economische belang zo centraal stelt. Tegen het betrekken van het
Nederlandse bedrijfsleven bij OS en het opkomen voor Nederlandse
belangen is op zichzelf niets mis. Maar als het Nederlandse
economische belang doorslaggevend wordt, ongeacht nadelen voor
andere, arme landen, dan is er wel veel mis mee. Duurzame welvaart
kan alleen gevolg zijn van recht doen, en mag niet het primaire
doel zijn van buitenlandse beleid en OS.
Het voornaamste probleem dat ik heb met de nieuwe begroting is
hetzelfde als het probleem dat ik had met de toespraak van minister
Verhagen bij de opening van het academische jaar aan de Wageningen
Universiteit. En dat is dat men geen blijk geeft van inzicht in
fundamentele achtergronden van de crises die we nu meemaken,
de economische en financiële crises, de grondstoffen/, voedsel/ en
klimaatproblematiek. Namelijk dat die mede het gevolg zijn van een
neoliberaal beleid dat ondernemingen beschouwde als instrumenten
ter verrijking van aandeelhouders in plaats van als
instanties die waardevermeerdering nastreven, gecombineerd met een
blind geloof in de ´vrije' markt+ dat de wereld beschouwt als een
voorraadschuur van natuurlijke hulpbronnen waarvoor je alleen de
verwervingskosten betaalt en niet de vervangingswaarde. Een beleid
dat geleid heeft tot een ongebreidelde hebzucht, allereerst bij de
leiders van de grote ondernemingen en financiële instellingen, maar
allengs )kopieergedrag' bij steeds meer ondernemers ook in de
publieke sector en bij bredere lagen van de bevolking. Dat beleid,
waaraan dus door veel landen ook ontwikkelingshulp dienstbaar is
gemaakt, heeft een evenwichtige ontwikkeling van arme landen,
inclusief een duurzame economische ontwikkeling gefrustreerd.
Wereldwijd heeft de afgelopen decennia heeft op onthutsende
wijze de mammondienst gefloreerd. Afgodendienst leidt altijd tot
een vorm van verslaving en die weer tot armoede. In veel landen
wordt deze wetmatigheid nu weer op pijnlijke wijze gevoeld. Van de
noodzakelijke bekering van die afgoderij is bij deze regering nog
geen spoor aanwezig.
Henk Jochemsen,
Algemeen directeur Prisma