U bent hier: Over Prisma -
Nieuws -
Prismaleden Dark & Light en LEPRAzending beste medische doelen
Woensdag 10 november 2010
Prismaleden Dark and Light en LEPRAzending beste medische
doelen
Stichting Dark and Light, die in Azië en Afrika opkomt voor
mensen met een handicap, eindigde samen met LepraZending op een
gedeelde eerste plaats van de Trouw Top 50 van goede doelen op het
gebied van gezondheidszorg. Beide organisaties haalden 8,89 van de
maximaal haalbare 9 punten.
Dark and Light in Veenendaal ondersteunt organisaties in Afrika
en Azië, die niet aan overheden zijn gebonden. De nadruk ligt op de
preventie van blindheid, op oogzorg en op de integratie van
gehandicapten in de samenleving. De stichting, op christelijke
grondslag, heeft jaarlijks 4,5 miljoen euro te besteden, geld dat
wordt bijeengebracht door 23.000 donateurs, Rotary Clubs,
vermogensfondsen en overheidssubsidies.
Dark and Light is 25 jaar geleden opgericht door het
oogartsen-echtpaar Martien en Jenny Cozijnsen. Jarenlang leidde de
organisatie een marginaal bestaan, maar in 1998 werd besloten tot
professionalisering.
Om de hulpprojecten in Afrika en Azië goed te kunnen volgen
hebben medewerkers van Dark and Light een eigen managementprogramma
ontwikkeld. "We wilden een optimaal inzicht in de voortgang van
onze programma's en in de besteding van het geld'', zegt Matthijs
Nederveen, hoofd programma's van Dark and Light. "We kunnen
daardoor goed verslag uitbrengen aan de geldgevers. Verantwoording
is heel belangrijk, wij willen nakomen wat we afspreken."
Het managementprogramma werd zo opgezet dat organisaties in de
ontwikkelingslanden op hun eigen niveau worden beoordeeld. "Je hebt
nu eenmaal te maken met beginnende en ervaren organisaties, die
moet je verschillend beoordelen'', aldus Eelco Akkerboom, hoofd
marketing en fondsenwerving. "Belangrijk voor ons is ook dat we een
exit-strategie hebben: voordat je aan een project begint, maak je
afspraken hoe lang de ondersteuning duurt en op welke manier de
lokale partner op termijn eigen fondsen gaat werven.''
Ten Hove: "Het zijn vaak langdurige processen. Je bent lang
aanwezig in een land. Rampen zijn niet na zes maanden achter de
rug. De publieke opinie wil graag snel, snel, maar
ontwikkelingswerk duurt per definitie lang. Er is vaak geen
infrastructuur.''
Nederveen: "We willen twee keer per jaar een rapportage van de
partnerorganisaties. We bezoeken ze ieder jaar. Na drie jaar doen
we een evaluatie op impact: wat heeft onze hulp nou per saldo
opgeleverd. Daarbij kijken we ook naar duurzaamheid.'' Duurzaam is
ook het ontmoedigen van Nederlandse oogartsen die in hun vakantie
naar een ontwikkelingsland willen om daar gratis oogoperaties uit
te voeren. Ten Hove: "Lovenswaardig hoor, die oogsafari's, maar
daarmee maak je de oogarts in de regio brodeloos. Je vernielt de
lokale infrastructuur. Niemand gaat meer naar de plaatselijke
kliniek, want dat kost geld. Ze rekenen op de Nederlandse dokter
die in zijn vakantie gratis komt opereren. Als 'ie al komt. Maar
dat is geen duurzame oplossing. We stimuleren liever artsen die
willen helpen om een paar weken de collega in een ontwikkelingsland
te gaan assisteren.''
En natuurlijk gaat er wel eens wat mis. Ten Hove: "Als je dat
risico wilt vermijden moet je niet in Zuid-Soedan gaan werken, een
land dat 20 jaar burgeroorlog heeft meegemaakt. Ons uitgangspunt is
dat we hulp willen bieden in landen waar dat het meeste nodig is,
dus ook in risicolanden.'' Enige tijd gelden rees het vermoeden van
fraude in Zuid-Soedan met geld van de organisatie. Uiteindelijk
ging het maar om maximaal 2000 euro. "Dat zijn we kwijt. Dan
stoppen we zo'n project en rapporteren dat aan de donoren.''
Ook Dark and Light probeert een beeld te krijgen van het
werkelijke effect van de hulpverlening in Afrika en Azië. Ten Hove:
"Kijk, het gaat er uiteindelijk niet om hoeveel oogoperaties er
door jouw inspanning zijn verricht, maar om de vraag hoeveel
kinderen er beter zijn gaan zien door de ingrepen. Met die impact
van ons werk zijn we nu ook meer mee bezig. Een nieuwe school is
prachtig, maar leidt dit op langere termijn ook tot beter
onderwijs?''
Ton ten Hove is niet blij met de telkens weer oplaaiende
discussie over de directeurssalarissen in de goede doelensector.
Het inkomen van directies is sinds 2005 aan normen gebonden, die
ontleend zijn aan de code voor goed bestuur van de
commissie-Wijffels. Toch vinden veel donateurs dat er bij goede
doelen te veel geld blijft hangen in de organisatie en veelal op
directieniveau.
Ten Hove: "Het is een moeizame discussie. Je ziet voortdurend
dat mensen terugkomen op dat punt van de salarissen. Daar is wel
wat tegenover te stellen. Wij zitten in het ontwikkelingswerk. Dat
moet je met goeie mensen doen die kennis hebben van het land, van
ontwikkelingswerk van het begeleiden van projecten. Die mensen moet
je dan ook goed betalen. Het heeft ook te maken met het beeld dat
veel mensen van ontwikkelingswerk hebben: ze denken dat wij in zo'n
land even een zak geld afleveren en dan weer vertrekken. Maar zo
simpel is het niet. Het is een ingewikkeld proces waar vaak jaren
overheen gaan, die projecten worden tot in detail begeleid. Daar
moet je goed opgeleide mensen voor inzetten. Op onze
programma-afdeling, dat is de afdeling die de contacten onderhoudt
met de organisaties die wij ondersteunen, zitten mensen met een
universitaire achtergrond. Als je als organisatie goed werk wil
doen, moet je de goede mensen hebben.''
Het zijn argumenten die Henno Couprie, directeur van
Leprazending in Apeldoorn, aanspreken. De discussie over
directiesalarissen is slecht voor de branche, vindt hij. "Een
incident bij één organisatie heeft zijn weerslag op de gehele
sector. Dat is jammer. Het is moeilijk om dat slechte imago kwijt
te raken.''
Bron:
Dagblad Trouw 1 november 2010