U bent hier: Over Prisma -
Nieuws -
Reactie op stuk Marc Janssens
Dinsdag 27 maart 2012
Geplaatst door Dicky Nieuwenhuis, lid Raad van
Bestuur Woord en Daad / Henk Jochemsen, algemeen directeur
Vereniging Prisma op 26 maart 2012
Samen met Woord en Daad wil Prisma een reactie
geven op het stuk van Marc Janssens in het Nederlands Dagblad over
financiering van ontwikkelingssamenwerking.
In het Nederlands Dagblad van zaterdag 17 maart schreef Marc
Janssens een prikkelend stuk met als hoofdboodschap: vasthouden aan
een constant percentage voor financiering van
ontwikkelingssamenwerking (0,7% van het Bruto Nationaal Product) is
achterhaald. Graag gaan wij in op een aantal argumenten.
De meest fundamentele vraag die in het artikel wordt gesteld: is
het moreel gezien een taak van de overheid om te investeren in
internationale armoedebestrijding? Janssens vindt het eigenlijk
niet de taak van de overheid om 'lief te hebben'. In de eerste
plaats is ons antwoord: correct, maar internationale
armoedebestrijding door de overheid is geen kwestie van liefhebben
maar van recht. De Oudtestamentische profeten spraken juist de
machthebbers erop aan dat ze het recht van de wees, de weduwe en de
vreemdeling vertrapten. We kunnen er niet omheen dat onze leefstijl
en ons handelen(in)directe gevolgen heeft voor armen ver weg en
daarom is hun boodschap vandaag de dag nog altijd zeer actueel.
Uiteraard is spontane solidariteit, vanuit het hart, het
mooiste. Maar de Oudtestamentische, sociale wetgeving verplichtte
(van overheidswege!) ook tot solidariteit: ''er zij geen arme onder
u", "laat de arbeider niet op zijn loon wachten", etc. Kennelijk
omdat de mens uit zichzelf niet altijd aan zijn naaste denkt.
Hoogst actueel! Janssens is kritisch over het schuldmotief. De
koloniale tijd ligt toch ver achter ons? Dit punt onderschrijven
we.
Ook al erkennen we dat er over ons koloniaal verleden veel valt
te zeggen vanuit historisch schuldbesef, vinden we het schuldmotief
geen vruchtbaar motief voor betrokkenheid van Nederland bij
ontwikkelingssamenwerking. Wat wél een actueel en sterk motief is
de doorgaande medeverantwoordelijkheid voor onrechtvaardige
internationale (economische) verhoudingen. Niet alleen via
ontwikkelingssamenwerking, maar ook via grondstoffenbeleid,
eerlijke handel en klimaatbeleid kan Nederland daar aan werken en
rechtvaardigheid bevorderen. De huidige crisis op de wereldmarkt is
veroorzaakt door het rijke Westen. Miljoenen mensen ver weg, met
wie het stap voor stap vooruit ging, zijn door die crisis de
laatste paar jaar weer onder de armoedegrens terecht gekomen. Dit
vraagt medeverantwoordelijkheid, ook van onze overheid
Janssens doet voorkomen alsof de 0,7% van het BNP besteed wordt
aan 'ouderwetse' hulp. Het geld zou besteed moeten worden aan
economische activiteiten, betere handelscondities, zorg voor
klimaat en energiezekerheid. Punt is nu juist dat het budget al
voor een groot deel daaraan wordt besteed. En voor zover er nog
´klassieke hulp´ bestaat, is die al grotendeels
geprofessionaliseerd. Denk maar aan de budgettaire ondersteuning
van Ministeries van Onderwijs in Afrika. In tien jaar tijd is daar
€ 3,5 miljard naar toegegaan dat volgens een recente evaluatie goed
besteed is: het percentage schoolgaande kinderen nam met 48% toe in
Sub-Sahara Afrika.
Verder leidt het fenomeen van de bestedingsdruk (het geld moet
op voor het einde van het jaar), er volgens de scribent toe dat
´nutteloze projecten gefinancierd kunnen worden´. Kent Janssens
meer gezag toe aan wat ´ontwikkelingsdeskundige´ Frits Wester
hierover bij Pauw en Witteman zei, dan aan de Algemene Rekenkamer,
die vastgesteld heeft dat hiervan geen noemenswaardige sprake
is?
Tot slot: Nederland is geen gekke Henkie als we vasthouden aan
het huidige budget - dat in procenten en harde euro's al meer
gekort is dan dat van welk ander departement ook. In de EU zijn er
diverse landen, zoals Engeland en Frankrijk, die er keihard aan
werken om aan de internationale afspraak van een vast budget te
blijven of te gaan voldoen. Woord houden noemen we dat, ook een
goed principe.
Natuurlijk moeten we nadenken over hoe we de internationale
solidariteit in de toekomst organiseren. Het is helder dat de tijd
voorbij is dat ontwikkelingssamenwerking een kwestie was van 'wij'
die 'daar' helpen. De samenleving wereldwijd verandert in een rap
tempo in een netwerksamenleving. 'Arm' en 'rijk' is steeds minder
aan specifieke landen gebonden.
Overheden, bedrijven, particulieren, universiteiten en
hulporganisaties wereldwijd spelen ieder in steeds wisselend
allianties een rol in armoedebestrijding. De overheid willen we
daarbij niet missen. Omdat we beseffen dat wij het als
ontwikkelingsorganisaties niet alleen kunnen, ook al blijven we
financieel graag onafhankelijk van de overheid, roepen we de
overheid juist op om te blijven investeren in
ontwikkelingssamenwerking!
Bron: Nederlands Dagblad 22-03-2012